Tips & Tricks

Break 100 met golf, praktische tips om slimmer te spelen en lager te scoren

Veel golfers herkennen dit moment. Je loopt van de 18e green af, kijkt op je scorekaart en ziet weer een getal boven de 100 staan. Terwijl het helemaal niet voelde alsof je zo slecht speelde. Je raakte best wat goede ballen, had een paar prima holes en toch is de score weer hoger dan je had gehoopt.

Dat gevoel komt bij beginnende golfers heel vaak voor, zeker als je net bezig bent met leren golfen of net je GVB hebt gehaald. En bijna altijd ligt de oorzaak niet bij talent of techniek, maar bij een paar keuzes per ronde die veel te duur uitpakken.

Break 100 draait namelijk niet om mooi golfen. Het draait om slim golfen.

In deze blog neem ik je mee door situaties die je elke ronde tegenkomt. Rond de green, op de green, bij par 3’s en op lastige par 4’s. Geen ingewikkelde theorie, maar praktische inzichten waarmee je meteen slagen kunt besparen.

Eerst even dit, wat betekent break 100 echt?

Een standaard golfbaan is par 72. Dat betekent dat je, om onder de 100 te spelen, 27 slagen extra mag gebruiken. Anders gezegd, je mag tijdens een ronde rustig bogeys maken en double bogeys maken en dan zit je nog steeds onder de 100.

Dat inzicht alleen al zorgt bij veel golfers voor rust. Je hoeft geen pars te forceren. Je hoeft al helemaal geen birdies na te jagen. Die zijn mooi meegenomen, maar geen vereiste.

Zolang je grote fouten weet te vermijden en binnen jezelf speelt, ben je al een heel eind op weg naar lagere scores.

Grote scores ontstaan zelden door één slechte swing

Veel golfers denken dat hun score omhoog schiet door een slechte swing of een verkeerde golfgrip. In werkelijkheid zit het probleem meestal ergens anders. Het zijn vaak een paar momenten per ronde waar te veel risico wordt genomen.

Een mislukte hero shot, een te ambitieuze chip, een putt die te hard of te zacht wordt geslagen omdat snelheid verkeerd wordt ingeschat.

Break 100 is eigenlijk één groot spel van schade beperken. Hoe minder grote fouten je maakt, hoe vanzelfsprekender je score daalt.

Rond de green win of verlies je je score

Veel rondes boven de 100 worden niet verpest vanaf de tee, maar binnen dertig meter van de green. Dat is het moment waarop twijfel toeslaat. Je ziet de vlag, je wilt dichtbij komen en ineens voelt elke slag cruciaal.

Daar kiezen veel golfers voor een moeilijke oplossing. Een hoge chip met veel loft, omdat dat eruitziet als de juiste slag. Maar die chip vraagt timing, gevoel en controle. En als één van die dingen ontbreekt, betaal je daar direct voor.

Een veel betrouwbaardere keuze is een simpele chip met een pitching wedge.

Door iets lager te grijpen, je stance smal te houden en de beweging klein te maken, voelt deze slag bijna als een lange putt. Je gebruikt nauwelijks polsen en laat de club en je armen als één geheel bewegen.

Het doel is niet om de bal vlak bij de hole te leggen. Het doel is om de bal op de green te krijgen. Als hij iets doorrolt, is dat geen probleem. Twee putts vanaf daar zijn helemaal prima.

Het is misschien niet spectaculair, maar deze keuze alleen al scheelt per ronde vaak meerdere slagen.

Op de green hoeft niet alles perfect

Veel golfers raken gefixeerd op het idee dat elke green een two putt moet zijn. Dat klinkt logisch, maar het is niet realistisch als je probeert break 100 te spelen.

Sta je ver van de hole, bijvoorbeeld vijftien tot twintig meter, dan is een drieputt geen ramp. Het is vaak zelfs de beste uitkomst. Wat je echt wilt vermijden, is een vierde of vijfde putt omdat de eerste putt veel te kort of veel te lang wordt.

Een fijne richtlijn voor een hele ronde is 36 putts of minder. Dat hoeft niet exact, maar het geeft houvast.

Wat hierbij enorm helpt, is het goed inschatten van hoogteverschil. Veel golfers besteden veel tijd aan links of rechts lezen, maar vergeten of een putt uphill of downhill is. Terwijl dat juist de grootste invloed heeft op de snelheid.

Zie je dat een putt duidelijk omhoog gaat, doe dan een paar oefenputts terwijl je naar de hole kijkt. Voel hoe groot je beweging moet zijn. Als je de bal daarna binnen een meter of twee van de hole stopt, ben je uitstekend bezig.

Par 3’s speel je met een plan, niet met hoop

Par 3 holes zijn geweldige kansen om rustig te spelen, maar ze worden vaak onnodig moeilijk gemaakt. Veel golfers pakken een club, slaan en hopen dat de bal ergens goed eindigt.

Neem liever even tien seconden de tijd voordat je slaat. Kijk waar het gevaar ligt. Ligt dat aan de voorkant van de green, denk aan bunkers of water, dan is het vaak slimmer om een club extra te pakken. Ligt het gevaar juist achter de green, dan doe je het tegenovergestelde.

Denk niet aan de vlag, maar aan waar je veilig wilt eindigen.

Op par 3’s heb je nog een voordeel. Je mag de bal opteeën. Maak daar gebruik van. Zet hem net iets boven het gras, niet hoog, maar genoeg om jezelf een perfecte lie te geven. Dat maakt het slaan van een goede bal meteen een stuk makkelijker.

Ook hier geldt, liever veilig en een bogey, dan risico en een groot getal.

Maak lastige par 4’s mentaal langer

Een van de beste manieren om rust in je spel te krijgen, is het anders bekijken van moeilijke par 4 holes. Lange holes met smalle fairways, bomen en hazards voelen vaak als een test die je moet winnen.

Maar dat hoeft helemaal niet.

Maak van zo’n hole in je hoofd een par 6. Als je daar een 6 maakt, een double bogey op de moeilijkste hole van de baan, dan ben je perfect onderweg richting break 100.

Dat betekent ook dat je niet verplicht bent om driver te slaan. Kies een club waarmee je comfortabel en gecontroleerd slaat, bijvoorbeeld een 7 of 8 iron. Sla je daarmee twee of drie nette slagen vooruit, dan kom je vanzelf in de buurt van de green.

Een chip erop en twee putts later loop je ontspannen door naar de volgende tee, zonder schade op je scorekaart.

Lagere scores vragen geen perfecte techniek

Alles in deze blog draait uiteindelijk om hetzelfde principe. Je hoeft geen perfecte golfswing te hebben. Je hoeft geen dure golfhulpmiddelen te gebruiken. En je hoeft zeker niet elke slag te laten lijken op wat je op televisie ziet.

Wat je wel nodig hebt, is rust, realistische keuzes en het vermogen om fouten te beperken.

Bogeys en double bogeys horen bij golf, zeker als je net begint. Accepteer dat. Speel binnen jezelf. Kies vaker voor zekerheid dan voor ambitie.

Doe je dat, dan zul je merken dat break 100 ineens geen onbereikbaar doel meer is, maar een logisch gevolg van slimmer spelen. En vaak komt dat moment sneller dan je denkt.


Extra tip, maak oefenen makkelijker met de juiste feedback

Als je aan je basis werkt, zoals een stabiele grip en een consistente handpositie, wordt het veel makkelijker om rust in je spel te houden. Zeker als je net begint met leren golfen of richting handicap 54 werkt, helpt het enorm als je tijdens het oefenen direct merkt of je handen goed staan.

Daarom heb ik de Vantimo Grip Trainer ontwikkeld, een simpele tool die je helpt om je grip en handpositie sneller consistent te krijgen. Ideaal voor thuis oefenen of als aanvulling op je golfles.

Bekijk de Vantimo Grip Trainer

1 reactie

Anonymous

Mooi product, die me hopelijk verder gaat helpen met mijn GVB halen!

Reactie plaatsen